Selecteer een pagina

 

ASBEST BIJ AANKOOP ONROEREND GOED.

Een belangwekkende uitspraak is door de Hoge Raad gedaan in verband met de betekenis van wat precies onder het normaal gebruik van een bewoning moet worden verstaan bij de aanwezigheid van asbest, waarvoor wel of geen saneringsplicht geldt.
Wat was het geval?
Partij X heeft in 2003 een hele oude boerderij uit 1880 met schuren, ondergrond, erf en land aan partij Y verkocht en via de notaris overgedragen. Er is voorafgaand aan de koop tweemaal door partij Y bezichtigd, achterstallig onderhoud was zichtbaar, je zag scheuren in de muren van voor- en achterhuis.
Na de overdracht in mei 2004 zijn in opdracht van partij Y (koper) een aantal onderzoeken door deskundige bureau’s uitgevoerd: fundering en bodem zijn onderzocht. Het resultaat van het milieukundig bodemonderzoek is onder anderen, dat het aanwezige puinmateriaal plaatselijk asbesthoudend materiaal bevat. Ten einde de aard en omvang van de aangetoonde verontreiniging met asbest vast te stellen dient volgens het onderzoeksbureau een vervolgonderzoek volgens NEN-5707 te worden ingesteld.

Kopers willen echter van de koopovereenkomst af, maar de Rechtbank heeft deze eis verworpen.
Daartegen zijn kopers in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof.
Het Gerechtshof heeft onder andere overwogen, dat de klachten van kopers over verontreinigingen met asbest, waarop geen saneringsverplichting van toepassing is, niet terecht waren, omdat partij X (verkopers) voor de koop tegen kopers had gezegd, dat in of aan de boerderij asbest aanwezig was.
Partij X is volgens het Gerechtshof daardoor voldoende haar mededelingsplicht nagekomen.
Partij Y had naar de mening van het Gerechtshof verder voor het ondertekenen van de koopovereenkomst nadere inlichtingen bij verkopers moeten inwinnen of toen onderzoek door deskundigen moeten laten instellen.
Partij Y heeft daarom volgens het Gerechtshof haar onderzoeksplicht verzaakt, dat kan niet op partij X worden afgewenteld.
Echter het Gerechtshof overweegt ook, dat voor erfverharding een saneringsverplichting geldt, een garantie was afgegeven en het om normaal gebruik ging .
De Hoge Raad vindt hier van belang, dat het Gerechtshof onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom met betrekking tot de bodemverontreiniging voorzover die niet gesaneerd moet worden, geen sprake is van een tekortkoming aan de zijde van partij X: het Gerechtshof maakt niet duidelijk of en in hoeverre deze verontreiniging afbreuk doet aan het normale gebruik van de boerderij voor bewoning met een gezin, zoals was gegarandeerd.
Ik concludeer uit het hiervoor gaande, dat door verkopers afgegeven garanties niet absoluut zijn en getoetst kunnen aan datgene waarvoor zij zijn afgegeven.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar een ander Gerechtshof om deze tekortkoming opnieuw vast te stellen en daarna in het licht daarvan te beoordelen, of de koopovereenkomst alsnog gedeeltelijk dient te worden ontbonden, wordt vervolgd dus.
Zie Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2016:2287 (via Google).